Nieuws

Wmo: nog een wereld te winnen in de Haagse zorg

door Marije Talstra op 13 december 2016

Vorige week sprak de gemeenteraad over de Wmo. De gemeente is nu twee jaar verantwoordelijk voor huishoudelijke hulp en dagbesteding en begeleiding van ouderen en mensen met een beperking. Veel dingen gaan goed, maar er kan ook nog een hoop beter.

Laagdrempelige zorg

Zo zijn er veel mensen die niet weten dat ze zorg en hulp kunnen aanvragen, of waar ze dat kunnen doen. Bijvoorbeeld mensen die niet goed kunnen lezen of niet goed met de computer overweg kunnen. In onderzoeken van de gemeente naar de toegankelijkheid van de Wmo-voorzieningen zijn juist deze groepen niet meegenomen. Dat is opmerkelijk: juist naar hen zou de meeste aandacht moeten uitgaan.

Ook zijn er mensen die wantrouwig zijn tegenover de overheid of de zorg en niet direct hulp accepteren wanneer zij dat nodig hebben. Wanneer ze eindelijk in contact staan met iemand van het sociale wijkzorgteam is hulp vaak nog ver weg: eerst moeten ze hun identiteitskaart kunnen overleggen voordat ze hulp krijgen, terwijl ze die vaak niet hebben. Dat moet makkelijker kunnen: geef mensen direct zorg wanneer ze dat nodig hebben, en start ondertussen de aanvraag voor een identiteitskaart. Anders staan mensen wekenlang in de kou.

Toegankelijkheid van openbare gebouwen en ruimte

Voor mensen in bijvoorbeeld een rolstoel of scootmobiel is de toegankelijkheid van openbare gebouwen en ruimten in de stad nog niet altijd goed geregeld. Meer dan de helft van de mensen geeft aan soms problemen te hebben om ergens binnen te komen. Daar is dus nog een wereld te winnen. Laatst stond een mevrouw met haar scootmobiel vast omdat er een steiger op de stoep stond en er geen stoepafgang was geplaatst. Kan dat niet beter geregeld worden, bijvoorbeeld door bedrijven die een steiger plaatsen verplichten om ook een stoepafgang te plaatsen?

Zorgcoöperaties

Mensen willen graag zeggenschap houden over hun leven en de ondersteuning en zorg die ze nodig hebben zodat ze zelf kunnen bepalen wie ze wanneer over de vloer willen hebben en hoe de ondersteuning er precies uitziet. In sommige wijken zijn bewoners hard bezig met het opzetten van zorgcoöperaties waarin bewoners samen hun zorg organiseren. De gemeente ondersteunt dit. De ondersteuning sluit nog niet altijd aan bij de vraag van de bewoners. Het kan toch niet zo zijn dat de professionele ondersteuners niet kunnen afspreken op momenten dat bewoners de tijd hebben? Of zoals de wethouder aangeeft dat zorgcoöperaties alleen kunnen ontstaan in buurten waar vrijwilligers overdag de tijd hebben? Deze ondersteuning moet echt beter.

 Eigen bijdrage

Steeds meer gemeentes in het land verlagen de eigen bijdrage voor de Wmo. En terecht: uit steeds meer onderzoek, lokaal (o.a. in Veenendaal) en landelijk (bijvoorbeeld door IederIn), blijkt dat mensen die zorg en hulp nodig hebben ervan af zien door de hoge eigen bijdrage. Dit horen we ook als we met mensen die zorg krijgen en zorgmedewerkers in de stad spreken. En de kwaliteitscommissie zorg wijst in haar advies aan de wethouder ook op dit risico.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat andere politieke partijen dit als probleem blijven ontkennen terwijl de feiten duidelijk zijn: in Den Haag hanteren we momenteel de hoogste eigen bijdrage, terwijl het grootste deel van de mensen die een eigen bijdrage moet betalen een laag inkomen heeft. En dat terwijl er miljoenen euro’s over zijn in de Haagse zorgpot. We kijken dan ook reikhalzend uit naar de onderzoeken van het Ministerie van Volksgezondheid en het onderzoek van de Haagse Rekenkamer naar zorgmijding en de toegankelijkheid van de zorg, in de hoop dat andere partijen dan ook zullen inzien dat de eigen bijdrage moet worden verlaagd.

Heeft u ervaringen de Haagse Wmo zorg, bijvoorbeeld over de toegankelijkheid, het doen van een aanvraag of het betalen van de eigen bijdrage? Wij zijn benieuwd naar uw verhaal: u kunt mailen naar pvda@denhaag.nl of bellen naar 070 353 3724.

Reacties zijn gesloten.